Overdenking Pinkstervespers 2018: Franciscus

Samen op weg naar Pinksteren. Wat heeft het ons te zeggen?
Bezinning en even verstillen om de essentie van ons mens-zijn te beseffen.
Vanavond richten we onze aandacht daarvoor dus op Franciscus van Assisi.

woensdag 16 mei
gebouw Apostolisch Genootschap
Kasper Pelt

Over Franciscus van Assisi

In 1182 werd Franciscus geboren in Assisi in Umbrië in Italië. Hij was de zoon van de rijke koopman Bernadone en zijn vrouw Pica. Zijn ouders waren christenen, maar waren zozeer aan wereldse zaken gehecht, dat ze zich weinig druk maakten over de godsdienstige vorming van de jonge Franciscus. Zijn vorming bestond voornamelijk uit wereldse vaardigheden en wetenschappen, passend bij een rijkeluis zoontje. Hierdoor werd zijn drang naar weelde en een ongebonden leven versterkt.

Toen hij echter in aanraking kwam met het uitschot van de samenleving, de armen en uitgestotenen, ontwikkelde er een verandering in zijn hart. Hij werd meer en meer doordrongen van de tijdelijkheid van dit aardse leven en wilde metterdaad zich inzetten voor de behoeftigen. Nadat hij al zijn bezittingen had weggegeven ging hij leven tussen bedelaars en melaatsen, in navolging van Jezus van Nazareth.

Hij wist dat hij veel te kort kwam en een zondig mens was, maar bezielt tot op de dag van vandaag duizenden mensen door zijn radicale levenswijze. Vele keizers en pausen hebben minder invloed gehad op de samenleving en de kerk dan deze kleine arme man. Niet door te protesteren, maar door Jezus authentiek na te volgen, blies hij de christelijke waarden, vrede, liefde voor de natuur, de medemens en God, nieuw leven in.
Een bekend gebed van Franciscus van Assisi is:

Heer, maak van mij een werktuig van uw vrede.
Laat me liefde brengen, waar haat overwoekert.
Laat me vergeving brengen, waar beledigd wordt.
Laat me eendracht brengen, waar tweedracht heerst.
Laat me waarheid brengen, waar mensen dwalen.
Laat me geloof brengen, waar getwijfeld wordt.
Laat me hoop brengen, waar gewanhoopt wordt.
Laat me licht brengen, waar duisternis heerst.
Laat me vreugde brengen, waar droefheid is.
En moge ik bij dit alles zoeken,
Niet zozeer getroost te worden, dan wel te troosten,
Niet zozeer begrepen te worden, dan wel te begrijpen,
Niet zozeer bemind te worden, dan wel te beminnen.

Want het is door te geven, dat men ontvangt,
Door zichzelf te verliezen, dat men vindt,
Door te vergeven, dat men vergeving krijgt,
En door te sterven, dat men verrijst.

Dienst aan de vrede

Ten tijde van paus Innocentius III die een theologische visie had op “Christus als Koning der Koningen, met Jeruzalem als Zijn stad en het Heilig Land als Zijn erfdeel”, dat dienovereenkomstig met kruistochten heroverd moest worden op de moslims, verraste Franciscus ieder door “voor God” te kiezen door in dienstbaarheid te verblijven onder de Saracenen (moslims uit de Levant, gebied ten oosten van de Middellandse Zee).

Hij ging mee met één van de kruistochten maar bewandelde een tegenovergestelde weg. Zijn vreedzame benadering van de Islam geeft een volstrekt ander beeld van God: de God van de nederige dienstbaarheid, die uitnodigt om in een geest van vrede en geweldloosheid onder andere mensen te gaan, hun werk en leven te delen en zo te midden van hen Zijn aanwezigheid te ontdekken. Een belangrijke regel van Franciscus in de omgang met andersdenkenden en andersgelovigen is o.a. de afwijzing van woordenstrijd. Armoede, dienstbaarheid, geweldloosheid zonder wapenen, zelfs zonder het wapen van het woord, gingen voor hem hand in hand en in dit perspectief ondernam hij in 1219 tijdens de kruistocht zijn persoonlijke vredesmissie naar de sultan van Damiate, waar hij hoffelijk werd ontvangen en spirituele gesprekken voerde.

Er gaan nog vele legenden en daden over Franciscus. Ook dat hij op gelijk niveau met zijn broeders en zusters van het dierenrijk zou praten. Franciscus stierf op 3 oktober 1226. De dag van zijn processie (4 oktober) werd uitgeroepen tot zijn feestdag en in 1929 werd deze dag tevens uitgeroepen tot Werelddierendag.

De essentie van ons mens-zijn, waar we mee begonnen:
Hoe is de vertaling nu naar ons eigen leven in deze tijd?
Vooral bij de kruispunten in ons leven worden we hierbij bepaald.
Gedeelte weekbrief “Van hart tot hart” 19 januari 2003 (periode Apostel Riemers)

“De vraag bij dit alles is: hoe wil ikzelf het leven zien en hoe vind ik de kracht om uiteenlopende omstandigheden het hoofd te bieden? Het antwoord op deze ‘zijnsvraag’ is complex. Het heeft te maken met wie we zijn en wie we willen zijn. Al onze geestelijke en lichamelijke kwaliteiten worden gevormd door aanleg, karakter en opvoeding. Ons religieus gevoel en ons geloof maken daar deel van uit. Zij helpen in het zoeken naar antwoorden op belangrijke vragen in het leven.

Het mysterie van de schepping en het leven is niet te doorgronden. Het leven is geen vanzelfsprekendheid. We maken er deel van uit en voelen ons ermee verbonden. Dat is ons religieus gevoel. Maar we willen niet alleen bestaan, we willen ook medeverantwoordelijk zijn voor het voortgaande scheppingsproces!
Dat is ons geloof: Gods scheppende kracht openbaart zich in het gehele leven in ieder mens. Scheppen is meer dan veroorzaken. Het duidt op creëren, werken, veranderen, mogelijkheden benutten en door moeiten en beperkingen heendringen.
Het is, voortbouwend op het bestaande, telkens weer nieuw. Die scheppende kracht in ons maakt het mogelijk om samen met medemensen bij alles wat het leven biedt het bestaan zinvol te doorleven.

Op gelukkige momenten én in teleurstellende en moeilijke omstandigheden, bij verdriet en pijn, kunnen wij in onze levenshouding diepe waarden verwezenlijken. Krijgen mededogen, medemenselijkheid en bekommernis zo niet echt betekenis? Deel uitmaken van het scheppende leven houdt niet altijd in: vanuit zekerheid leven. Wij moeten ook leven met onopgeloste vragen en veranderingen. Soms worden we overvallen door situaties waar we geen raad mee weten. Het enige wat overblijft en wat wezenlijk uitmaakt is de liefde en de trouw voor de ander en jezelf. Vraagt het geen wijsheid en moed om dat te beseffen en te willen ervaren?

Al in de 13e eeuw bad Franciscus van Assisi daarover:

“Zegen mij met de moed te veranderen wat ik kan veranderen,
de kracht te aanvaarden wat ik niet veranderen kan,
en de wijsheid het onderscheid daartussen te kunnen zien.”

In ons menszijn is de ontmoeting waaruit troost en nabijheid spreekt heel bijzonder.
In moeilijke situaties mensen om je heen hebben die van je houden. Familie, vrienden, naasten. Ook in de ontvankelijkheid voor kleine dingen komt ons religieus gevoel tot uitdrukking. In oprechte menselijke aandacht. Mensen die even je hand vasthouden, je aanraken en je niet uit het oog verliezen. Het zijn liefdevolle momenten waarin we nabijheid Gods uit elkaar ervaren. Dit alles lost ons probleem niet op maar het helpt wel het lijden te verzachten.”

Nu zijn we “Op weg naar Pinksteren”. Van oorsprong het feest van de eerstelingen van de oogst, en het ontstaan van een nieuwe bezieling om het werk van Jezus voort te zetten. Onze aarde biedt in principe voldoende “oogst” om in de behoeften van de wereldbevolking te voorzien. Wij behoeven niet, zoals Franciscus, al onze bezittingen op te geven, maar ten behoeve van een eerlijke verdeling van wat de aarde opbrengt zullen we wel bereid moeten zijn om van onze welvaart te delen. Pinksteren kan voor ons een gelegenheid zijn om, vanuit compassie met onze medemensen, weer te worden bezield om ons steentje bij te dragen aan een duurzame wereld.
Dat hoeven we niet alleen te doen. Soms hoeven we alleen maar te kijken naar wie er naast ons zit…

Franciscus van Assisi zei hierover:

“Begin met wat nodig is, doe dan wat mogelijk is… en ineens doe je het onmogelijke”