Nieuws
overweging bij Handelingen 2, 42-47
gehouden door ds. Sieb Lanser in de oecumenische gebedsdienst tijdens de Week van de Eenheid in de Augustinuskerk
Verberg de overweging ....Beste mensen, gemeente, één in Christus,
‘Trouw en toegewijd’- een mooi thema voor deze week van gebed voor de eenheid van kerken en christenen. Een inspirerende tekst uit Handelingen. Maar – en daar zit de pijn – tegelijk ook heel confronterend. Want kijk nu eens naar de werkelijkheid van onze kerken. Die staat haaks op het leven en het daarvan uitgaande appèl in Handelingen. Brood mag niet gezamenlijk worden gebroken, mensen in nood door misbruik vinden ternauwernood gehoor. Mede hierom staan we dan ook niet in de gunst bij het hele volk. Integendeel. Laat staan dat God wordt geloofd om onze daden.
En we hebben natuurlijk onze zorgen. Wat zouden we het graag willen wat we lazen in Handelingen: De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. Wij ervaren alleen maar krimp en achteruitgang. De reorganisatie van de dekenaat Amstelland. De kerksluitingen in de Protestantse Gemeente Amstelveen-Buitenveldert.
We kunnen dan wel zeggen dat de oecumenische contacten moeilijker geworden zijn door grotere geografische afstanden, maar ik heb de indruk dat het oecumenisch klimaat er überhaupt niet beter op geworden is de laatste jaren. Ik hoor dat ook uit andere gemeenten en parochies; waar in het verleden brood en beker werden gedeeld, gebeurt dat nu niet meer. Terwijl op het grondvlak wel een enorm verlangen daarnaar leeft.
Vorig jaar was ik op de Ökumenischer Kirchentag in München en daar was dat ook een heet hangijzer. Overigens speelt dat niet alleen tussen bijv. protestanten en rooms-katholieken, maar ook intern op het reformatorische erf. Een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland zal ook geen avondmaal vieren met een gereformeerd-vrijgemaakte gemeente. Maar stel je nu toch eens voor dat we als geloofsgemeenschappen eens massaal oecumenisch zouden gaan vieren, inclusief brood en beker. Juist omdat we trouw en toegewijd zijn. Zo massaal dat predikanten en priesters niet meer bang hoeven te zijn op het matje te worden geroepen of te worden geschorst. Handelingen 2 zou niet alleen maar een mooie lezing zijn, maar meer werkelijkheid worden.
Zij bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. ‘Trouw en toegewijd’. Letterlijk staat er dat zij bleven volharden. Volharding is kennelijk het geheim van deze gemeente.
De Palestijnse christenen die het materiaal voor deze week van gebed hebben uitgekozen, herkennen zich in de noodzaak het geloof trouw te blijven onder druk. Ze ervaren zelf die druk in de muur die hun land scheidt van het economisch rijkere Israël. En ze ervaren de druk in eigen kring als christelijke minderheid onder een meerderheid van niet-christenen. En de Palestijnen ervaren zichzelf als erfgenamen van de eerste christenen in Jeruzalem. En ze hebben het geloof vastgehouden. En onder de druk in de samenleving stellen ze zich de vraag: hoe redden we dat, ook morgen? Wat voor gemeente is dat geweest, die eerste gemeente? Hoe kunnen we ons door hen laten inspireren?
Ook voor ons een vraag: hoe kan die eerste gemeente ons inspireren? Hoe buigen we onze werkelijkheid om naar het beeld dat in Handelingen 2 wordt geschetst?
Wij leven niet in een situatie van onderdrukking of vervolging. We kennen wel de druk van de voortgaande ontkerkelijking, de druk van onze vragen: hoe bestrijden we een tekort op de begroting? Kunnen we ons kerkgebouw wel renoveren? Kunnen we een volledige predikantsplaats in stand houden? Hoe vinden we een priester voor de parochie?
Ook voor ons komt het aan op volharding, op volhouden. Blijven bij het onderricht van de apostelen en blijven bij de gemeenschap. Die twee polen horen bij elkaar. Alleen onderricht kan van ons letterknechten maken met meer oog voor wat geschreven is, voor de traditie, dan voor wie naast ons leeft. Vooral de protestantse kerken hebben een versplintering te zien gegeven, juist door geschillen over de leer. Wat gaat het er dan vaak hard aan toe. Wij lezen de ander de les: hete hoofden, koude harten. Weg is de gemeenschap, weg het samen leven voor Gods aangezicht, weg het omzien naar die ander.
Maar als er alleen gemeenschap is, dan is het misschien wel heel gezellig en warm, maar dan ligt het gevaar om de hoek dat wij, of de generaties na ons, op een gegeven moment niet meer weten wat de wortel van de gemeenschap is. Niet het gevoel: ik vind jou zo aardig, wat hebben we het toch fijn. De wortel van onze gemeenschap is toch dat we geraakt zijn door Christus, dat wij aan elkaar geschonken zijn als broeders en zusters in Christus. Het is net als thuis: soms kun je één van de gezinsleden wel achter het behang plakken, maar je hoort toch bij elkaar. Wij vormen geen sympathiegemeenschap, maar een liefdesgemeenschap. En dat is geen gevoelswoord, maar een werkwoord. Het vraagt concrete inzet, volharding. Om dat te blijven zien is dan weer nodig, dat we blijven bij het onderricht van de apostelen.
Een fascinerend plaatje dat Lucas ons schetst in Handelingen 2. Maar ieder van ons kan wel heel andere verhalen vertellen over de kerk, over die vrome broeders en zusters in de Heer. Is dit niet te mooi om waar te zijn?
De kerk is zo’n halve eeuw oud wanneer Lucas in Handelingen beschrijft hoe het begon. Jezus’ leerlingen waren, na aanvankelijke ontreddering, vervuld van de Geest en ze zagen uit naar de definitieve doorbraak van het rijk van God, naar Jezus’ wederkomst. Zij volhardden in de leer en bemoedigden elkaar. Je vond ze, als wetsgetrouwe joden, steeds in de tempel om er te bidden, en in hun huizen hielden zij samen maaltijd. Zij deelden wat zij hadden, zodat niemand tekort had en niemand teveel, maar ieder genoeg. Was het een wonder dat velen zich bij hen voegden en de doop begeerden?
Dat alles lijkt lang geleden op het moment dat Lucas gaat schrijven. De volgelingen zijn verstrooid geraakt, de wederkomst van Jezus laat op zich wachten, en het is moeilijk de verheven idealen van weleer hoog te hóuden. Er rijst onenigheid over de leer, de kloof tussen het jodendom en de Jezus-getrouwen groeit (en vandaag delen de Palestijnse christenen in de verwijdering die alle christenen ten aanzien van de joden hebben gecreëerd), en het leven in gemeenschap van goederen blijkt wel erg veel gevraagd. Al in Handelingen 5 vertelt Lucas het verhaal van Ananias en Saffira.
Nee, het is met de kerk niet meer zoals het vroeger was, toen je elkaar nog kende. Ze zijn inmiddels met velen en allerlei economische en culturele en godsdienstige verschillen treden aan het licht. De gemeenschap lijdt eronder en Lucas ook en hij begint te schrijven.
Hij begrijpt wel dat die veranderingen onontkoombaar zijn. Maar wel wil hij zo over het begin schrijven dat het hopelijk enige onrust zal zaaien in de harten van de tweede en derde generatie christenen en van alle generaties die nog zullen volgen. Want heel even, zo lijkt het, is het toch mogelijk geweest: eenheid, saamhorigheid. Als een profetisch vergezicht wil hij het laten zien: hier komen wij vandaan en hier moet het weer naar toe. Het kan, want het kon.
Toen zijn mensen gegrepen door Jezus, door het verhaal van een Levende. Ook vandaag, in Amstelveen en Amsterdam-Buitenveldert, kunnen mensen nog gegrepen worden en trouw en toegewijd gaan leven. God zegene die greep.
Amen.
Gebedsweek voor de Eenheid
De gebedsweek voor de eenheid vindt in 2011 plaats van 16 tot 23 januari. Het thema is: ‘Trouw en toegewijd’. De Schriftlezing, Handelingen 2:42 -47en (gebeds)teksten zijn bijeen gebracht door Palestijnse Christenen uit Jeruzalem. In de lezing worden vier belangrijke kenmerken genoemd van een gemeente: trouw aan het woord en aan elkaar, het breken
van het brood en toewijding aan gebed.
In het kader van deze week houdt de Kleine Raad van Kerken-Amstelveen-Noord een bijeenkomst in de Augustinuskerk, Amstelveenseweg 965, A’dam (bij de Kalfjeslaan).
Woensdag 19 januari wordt er van 19 – 19.45 uur een viering gehouden waarin voorgaan deken Ambro Bakker m.s.a. (pastoor Augustinus-parochie) en dominee Sieb Lanser (predikant Kruiskerk).
Om 20 uur houdt Professor dr. A. Wessels een inleiding over het thema: ‘Christenen
als minderheid in het Midden-Oosten’. Na de pauze gelegenheid tot discussie.
De Raad nodigt u van harte uit.
Oecumenelezing 2011
Begintijd 21 januari 2011 15:00
Eindtijd 21 januari 2011 17:00
Als ieder jaar is ook de Oecumenelezing 2011 in de Geertekerk in Utrecht.
Spreker dit keer: James Kennedy. In zijn boek 'Een stad op de berg' gaat hij in op het publieke spreken van de kerk. Hem is gevraagd zijn wat protestantse uitwerking oecumenisch te verbreden. Komt hij dan tot dezelfde conclusies? Het Theologisch studentenkoor laat nieuwe vredesliederen horen. En de bezoekers zijn na afloop in de gelegenheid elkaar in het kader van het nieuwe jaar een zegenwens aan te reiken.
Opgave via rvk@raadvankerken.nl
Toegang 10,00 euro (studenten 5,00 euro).
- lezing op Jaarvergadering: 'Kerk worden in een seculiere samenleving'
- Wat is er mis met de kerk?
- Wie mag er te communie?
- Raad van Kerken uit bezorgdheid over politiek klimaat
- Oudere artikelen in Nieuwsarchief
lezing Dr. G. Dekker op Jaarvergadering Raad van Kerken:
'Kerk worden in een seculiere samenleving'
de Raad van Kerken Amstelveen-Buitenveldert heeft maandag 8 november 2010 haar jaarvergadering.
Dr. G. Dekker, emeritus hoogleraar godsdienstsociologie Vrije Universiteit, zal dan spreken over 'Kerk worden in een seculiere samenleving. De kerk als vorming van gemeenschap, diaconaat en profetisch protest'.
Na de lezing hopen we met elkaar in gesprek te gaan.
Wij nodigen u van harte uit voor deze bijeenkomst.
Plaats : Titus Brandsmakerk, Westelijk Halfrond 1, Amstelveen
Aanvang : 20.00 uur
verslag gespreksavond
“WAT IS ER MIS MET DE KERK?”
Op maandagavond 3 mei hebben de pastores Guido Smit en Tom Buitendijk een gespreksavond georganiseerd voor de parochianen van Katholiek Amstelland in de Ontmoetingsruimte van de Titus Brandsmaparochie. De kerk ( - dienaren van de kerk - ) heeft veel mensen pijn gedaan. In verleden en heden. Maar ook: de situatie waarin onze kerk verkeert doet veel mensen verdriet.
Centraal staat: wat gebeurt er met de mensen van de kerk? Hoe kunnen we elkaar bemoedigen en terzijde staan?
Er kwamen vier onderwerpen ter sprake die kort werden ingeleid.
1. Seksueel misbruik
Er is sprake van seksueel misbruik wanneer iemand van de kerk met een beroep op zijn geestelijk gezag of zeggenschap iemand dwingt tot seksuele handelingen of ingaat op een aanbod om tot seksuele handelingen over te gaan. Juist wanneer het om kinderen of jongeren gaat die van bijstand of hulp afhankelijk zijn is dit zeer ernstig te noemen. Machtsongelijkheid mag niet tot machtsmisbruik leiden. Wat in de burgerlijke samenleving strafbaar is moet door de kerkelijke overheden altijd gemeld worden. Dit is niet altijd gebeurd. Veel zaken verdwenen in de beroemde doofpot. Fysieke en psychische schade kunnen blijvende gevolgen zijn. De aandacht van de kerk hoort ten eerste uit te gaan naar de slachtoffers en niet zoals vaak gebeurd is allereerst naar de instelling , de kerk of de daders.
2. Kerk en homofilie
In de seksuele moraal van de kerk is er geen ruimte voor de beleving van homoseksualiteit. De kerk erkent wel dat er homoseksuelen zijn en dat die respectvol behandeld dienen te worden. . Zij beschouwt homoseksuele liefde als ongeordend. Dat doet zij niet zozeer op grond van Bijbelcitaten, maar op grond van de natuurlijke orde. Seksuele relaties zijn geoorloofd binnen het huwelijk van vrouw en man met het oog op het krijgen van kinderen en/of tot wederzijds genoegen. De natuurlijke orde die gericht is op de handhaving van die orde, is een ijzersterk concept.
Tot in de 18e en 19e eeuw was homoseksualiteit als geaardheid onbekend en was homoseksueel gedrag afwijkend – tegennatuurlijk. Ook nu wij weten dat homoseksualiteit een geaardheid is - een variant door de Schepper geschonken - blijft de kerk vasthouden aan de natuurlijke orde. Nodig is een herziening van de seksuele moraal.
Kerk en liederen
Het behoort tot de taak van de bisschoppen om er zorg voor te dragen dat de liturgie waardig gevierd wordt en dat de teksten geschikt en passend zijn. Ook de teksten van liederen zijn verkondiging van de blijde Boodschap. Toen in 1968 de volkstaal werd ingevoerd in de liturgie hebben de bisschoppen geen leiding willen geven aan de liturgievernieuwing. Zij stonden toe dat er bij wijze van experimenten nieuwe liturgische teksten en liederen gebruikt werden. Die open houding heeft veel goeds opgeleverd. Er zijn veel kwaliteitsliederen ontstaan. Huub Oosterhuis heeft de gebedstaal van het Nederlandse katholicisme vorm gegeven. Wat de bisschoppen niet gedaan hebben is een centrum van liturgievernieuwing op te richten waarin vertalers van Latijnse teksten, dichters en componisten zouden samenkomen om een Nederlandse liturgie te ontwerpen. Op dit moment worden er censoren aan het werk gezet die geen liturgische scholing en artistieke kwaliteit hebben. Er wordt alleen maar gezegd wat niet mag terwijl zij zich ook zouden kunnen richten op wat goed is. De bisschoppen hebben een taak laten liggen en de gelovigen zijn er de dupe van.
De bisschoppen van Nederland
Laten we eerst maar eens toegeven dat het moeilijk is om leiding te geven aan een kerk vol mondige en kundige mensen. Er is geen land ter wereld waar bij de gewone gelovigen zo’n deskundigheid hebben als hier in Nederland. Bisschop in Nederland zijn is een rotbaan. Toch zouden de bisschoppen blij moeten zijn met het niveau van het kerkelijke leven. Ze ondervinden dagelijks dat de geijkte en oude antwoorden van de kerk op de grote vraagstukken van de kerk niet meer kloppen. De antwoorden zijn abstracties waar het om concrete mensen met hun vragen gaan. De kerntaak van de kerk ligt niet meer op het terrein van de moraal. Daar vinden de meeste mensen op verantwoorde wijze hunweg wel, De kerntaak van de kerk ligt op het terrein van het geestelijk leven en de geestelijke gezondheid van mensen in de complexe wereld. Leiding geven moet begeleiding van allerlei discussies worden. Het belerende gezag moet samen met de gelovigen leren kijken en luisteren naar wat leeft , worden. De bisschoppen zouden bescheiden gesprekspartners moeten worden die om hun creatief meedenken gewaardeerd worden. Een bisschop die van bovenaf blijft roepen wordt niet meer gehoord.. Naar een bisschop die in gesprek gaat wordt geluisterd. Zo goed katholiek zijn we in Nederland nog wel.
Terugblik op deze gespreksavond
Ruim vijftig mensen bogen zich over deze vraag in de parochiezaal van de Titus Brandsmaparochie. Niet met de bedoeling om antwoorden te vinden, Daar is meer voor nodig. Nee, het was vooral bedoeld zich te kunnen uiten over alles wat er de laatste tijd in de kerk gebeurt. Berichten over seksueel misbruik, weigering van de hostie aan homoseksuele mensen, liederen die niet meer gezongen mogen worden. Een treurig rijtje waar sommige kerkleiders nog de nodige puntjes aan toevoegen door allerlei miscommunicatie. In een open sfeer kwamen alle kwesties aan de orde. Kunnen we loyaal en kritische tegelijk zijn? Ja, want de kerk is ons dierbaar maar er moet wel wat veranderen. Natuurlijk moet aan de slachtoffers van seksueel misbruik recht worden gedaan en de daders mogen niet vrijuit gaan. De natuurwet, die de basis vormt voor de kerkelijke moraal op seksueel gebied, is dringend aan vervanging toe. Homoseksuele mensen dienen in onze kerk zonder meer welkom te zijn. De beoordeling van liederen die we gebruiken in de liturgie is te belangrijk om aan amateurs over te laten, die moet worden gedaan door deskundigen. De kloof tussen kerkleiding en gelovigen moet worden gedicht. Het is lastig voor de bisschoppen om aan mondige en deskundige mensen leiding te geven. En toch kan het als er wederzijds vertrouwen is en we open en met respect naar elkaar luisteren. Kortom, de crisis in de kerk is ook een kans. Nu die kans zien te pakken, dat is de uitdaging. De deelnemers spraken af om op een later tijdstip opnieuw bij elkaar te komen. We kijken terug op een vruchtbare avond.
Pastores Tom Buitendijk en Guido Smit
Opinie
Wie mag er te Communie?
De bisschop van Den Bosch. Mgr. Antoon Hurkmans en enkele pastoors hebben eind februari forse uitspraken gedaan over ongehuwd samenwonenden, homofielen en gescheiden mensen Dat deden zij met het kerkelijk wetboek in de hand. Ze vergaten wellicht dat het hoogste recht ook wel eens onrecht kan betekenen. Onnodig en hardvochtig hebben zij mensen gekwetst en gekleineerd. Naast de genoemde mensen hebben zij veel vaders en moeders pijn gedaan die soms met aarzelingen en pijn hun kinderen als homo of als lesbo moesten leren aanvaarden. Kerkelijke wetgeving dient met wijsheid en voorzichtigheid gehanteerd te worden. Ook al zijn begin maart de scherpe kanten er van af gehaald, de pijn is daardoor nog niet verzacht.
Wie mogen er dan ter Communie? Het is de Heer Jezus die ons uitnodigt aan zijn Maaltijd deel te nemen. Hij is de Gastheer en Gever. Voor Hem zijn welkom aan Zijn tafel: alle gedoopte christenen die in deze viering hun band met de gemeenschap in Christus willen vieren en verdiepen en die door het ontvangen van de H. Communie hun band met God willen verstevigen. Iemands geaardheid kan geen criterium zijn voor deelname.
Heeft de kerk dan het recht mensen wel uit te sluiten?
Inderdaad, de kerk heeft dit goede recht. Mensen die in het openbaar een onchristelijk of antichristelijk leven leiden kunnen gezien worden als openbare zondaars. Wanneer is iemand een openbare zondaar? Jaren geleden kon je op de televisie zien dat paus Johannes Paulus II de H. Communie gaf aan Pinochet , dictator van Chili, en aan Moboetoe, dictator van de Republiek Congo.
Pastor Tom Buitendijk OCarm Titus Brandsmaparochie.
Plaatselijk
Raad van Kerken uit bezorgdheid over politiek klimaat in een verklaring
Wij leden van de Raad van Kerken Amstelveen/ Buitenveldert geloven dat God ons mensen roept om dienstbaar te zijn aan elkaars welzijn en geluk. In het religieuze, sociale, economische en politieke leven moet ten allen tijde gestreefd worden naar het ge-meenschappelijk goed voor allen die in ons land wonen en die deel uitmaken van onze samenleving. Daarom verwerpt de Raad van Kerken alle geluiden die vervreemding en angst aanjagen en die mensen en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten.
Tijd van vervreemding en angst
1. In ons land is er onzekerheid en angst voelbaar voor wat de toekomst brengen zal. Deze onzekerheid en angst leven vooral bij mensen die de snelle veranderingen in de samenleving niet zo goed kunnen mee maken. De financiële crisis heeft een economische crisis ten gevolge die veel mensen raakt. De sociale gevolgen zijn nog niet helemaal te overzien maar brengen voor veel mensen bestaansonzekerheid met zich mee.
2. Waar problemen zijn worden oplossingen gezocht. Dat is ook zo met problemen rond integratie van niet-westerse immigranten. De onderlinge verbondenheid van mensen in de samenleving is hierbij in het geding. Het zoeken naar oplossingen gebeurt niet altijd op een rationele en sociale wijze. Vaak wordt gezocht naar schuldigen. Daarbij wordt meer en meer op ongemotiveerde wijze gewezen naar Nieuwe Nederlanders, met name naar hen die moslim zijn.
3. Wij beseffen dat integratie van moslims, bij wie opvattingen over godsdienst en samen-leving nauw samenhangen, niet gemakkelijk is. Wij beseffen ook dat dit tot spanning kan leiden in een geseculariseerde cultuur waarin godsdienstige opvattingen en andere levens-beschouwingen gelijk behandeld worden. Deze spanning mag echter niet leiden tot een afwijzing van mensen in hun menselijke waardigheid, ook niet als hun opvattingen niet gedeeld worden.
4. Wij zien dat er in tal van islamitische landen een rigide regime heerst, dat weinig of geen ruimte laat voor andersdenkenden, bij voorbeeld voor de christelijke minderheden. Deze kortzichtigheid betreuren wij in hoge mate. Eveneens zien ook wij het grote gevaar van islamitisch geïnspireerd terrorisme dat zich onder meer keert tegen de grondslagen van onze democratische samenleving. Daar moeten we op onze hoede voor zijn. Wij mogen echter de moslims in Amstelveen/ Buitenveldert, die hier niets mee van doen hebben, daar niet verantwoordelijk voor houden.
5. In Amstelveen/Buitenveldert ontmoeten we voluit geïntegreerde moslims die hun kaarten zetten op het vreedzaam samenleven en het opbouwen van onze samenleving en niet meegaan in de polarisatie tussen ‘de Islam’ en ‘het Westen’.
6. In Amstelveen/Buitenveldert leven veel joodse mensen. Ook zij nemen volop deel aan onze samenleving met behoud van eigen culturele en godsdienstige gewoonten.
7. In Amstelveen/ Buitenveldert kunnen joden, christenen, moslims en zij die een andere levensbeschouwing aanhangen met elkaar en ten dele naast elkaar leven. Vanwege verschil in godsdienst en cultuur hóeven mensen niet tegenover elkaar te staan. Dit samen leven – hoe onvolkomen soms ook - is gegrond op het respect voor iedere mens en op verdraagzaamheid wanneer wij opvattingen niet met elkaar kunnen delen.
8. Wij menen dat iedere mens een bijdrage kan leveren aan het gemeenschappelijk goed in Amstelveen/Buitenveldert waarvan niemand mag worden uitgesloten. Er is hoop voor een samenleving wanneer mensen elkaar willen zien staan en het gesprek met elkaar durven aangaan.
De veertigdagentijd en het komende Paasfeest.
9. De veertigdagentijd is een tijd van bezinning op onze levensweg. We stellen ons de vraag of wij in Jezus’ voetspoor de weg naar God en de medemens gaan. Vaak zullen we moeten erkennen dat wij tekortschieten en op deze weg de nodige misstappen zetten. Wij geloven echter ook dat Gods liefde zichtbaar kan worden in wat mensen voor elkaar betekenen en in hun bijdrage aan de samenleving.
10. Met Pasen vieren we dat Jezus uit de dood is opgewekt, dat het licht niet werd over-wonnen door de machten van het kwaad. Pasen ontsluit voor ons het visioen van een stad van vrede waar joden, christenen, moslims en alle mensen van goede wil samen leven. Daarom verwerpen wij dat mensen omwille van hun sociale, godsdienstige of culturele achtergrond, of vanwege hun seksuele geaardheid worden beledigd en gekwetst, zwart-gemaakt en uitgestoten.
11.Wij geloven dat mensen geroepen zijn om een bijdrage te leveren aan de samenleving en dat een ieder daartoe in staat moet worden gesteld. Daarom verwerpen wij elk geluid dat mensen niet aanspreekt op hun individualiteit en verantwoordelijkheid, maar hen stigmatiseert. Daardoor worden zij beroofd van een naam en een gezicht, ten diepste dus van hun mens-zijn.
12. Wij geloven dat een vreedzaam samenleven mogelijk is waar iedereen bereid is een ander te leren verstaan. Ook als niet alle verschillen en spanningen kunnen worden opgelost, kunnen we toch samen werken aan de opbouw van een gezonde maatschappij. Het is onze opdracht met alle mensen het gesprek te zoeken, elkaar te ontmoeten, samenwerking te zoeken en te werken aan een goed leefklimaat in Amstelveen/Buitenveldert.
13. Alle pogingen om muren tussen mensen en bevolkingsgroepen te bouwen met als cement de angst en de onzekerheid die deze tijd met zich meebrengt, dienen door hen die in Jezus als bruggenbouwer en grensganger geloven, verworpen te worden.
Slot
De Raad van Kerken wil met deze verklaring haar bezorgdheid om de eenheid en de samenhang van Amstelveen/ Buitenveldert uitdrukken. Er leven onder ons mensen in onze straten en buurten die zich gekwetst en beledigd weten en er leven onder ons mensen die anderen willen uitsluiten. Ook al worden deze geluiden weinig gehoord, miskenning en haat kunnen toenemen. Vandaar deze oproep tot waakzaamheid.
* (het apostolisch genootschap onderschrijft de strekking van deze verklaring)
